De beoefening van Metta

We beginnen de oefening met het ontwikkelen van een innerlijke houding van vriendelijkheid in en naar onszelf. Daarbij worden traditioneel vier zinnen gebruikt.

Moge ik vrij zijn van gevaar.
Moge ik innerlijk gelukkig leven.
Moge ik mij lichamelijk goed voelen.
Moge ik weldadige tevredenheid kennen.

Door deze wensen van metta steeds opnieuw zacht in onszelf te herhalen, komen we dichter bij de diepere betekenis en kwaliteit ervan. Als we deze vriendelijkheid naar onszelf hebben ontwikkeld,  kunnen we het naar alle richtingen, alle groepen, alle wezens, alle personen, alle dieren etc uitzenden. We doorbreken dan langzaam de pijnlijke grenzen tussen ”ik en de ander” waardoor de fundamentele verbondenheid met alle wezens in deze wereld zich ontvouwt. Als diepe vorm  van concentratie moet metta constant  voor langere tijd beoefend worden bijvoorbeeld in een retraite. In het dagelijkse leven is die diepe concentratie niet mogelijk, maar we kunnen wel deze wensen in onze gedachten steeds meer ruimte geven, zodat boosheid en vijandschap minder kans krijgen op te komen.
Door het  verzachtende en accepterende karakter van metta wordt deze methode het meest gebruikt in combinatie met de inzichtmeditatie.


Wie in anderen zichzelf ziet zal niemand kwaad doen of schade berokkenen